In 1987 organiseerde de bibliotheek in Hulst een schrijfwedstrijd. Daar heb ik aan meegedaan.
Hilarisch als ik dit nu teruglees en ik wilde het jullie niet onthouden.
Ik was altijd al dol op vampiers en dat jaar was ik in Roemenië wezen skiën. De link was snel gelegd en mijn fantasie sloeg op hol.
De bibliotheek heeft de beste verhaaltjes en gedichten gebundeld en daar was het mijne ook bij.
Destijds was ik daar zeer gelukkig mee. Tegenwoordig zijn we gezegend met het internet dus kan ik het met jullie delen.

dracula

Het begon in de bibliotheek…

Als ik de foto’s bekijk van mijn vakantie in Roemenië dan kan ik nog steeds niet geloven dat het allemaal echt gebeurd is. Hoe meer tijd er verstrijkt des te onwerkelijker wordt het.

Het begon in de bibliotheek toen ik zo’n jaar of twaalf was. In een boek met griezelverhalen had ik over Dracula gelezen. Vanaf dat moment las ik elk verhaal en boek over Dracula en elke film die erover was of die uitkwam moest ik zien. Ik was, hoe angstig en bijgelovig ook, een fan geworden van verhalen over de bloeddorstige graaf Dracula. Soms werd ik dromend wakker. Dracula riep me dan maar ik wilde niet komen omdat ik wist wat hij ging doen als ik kwam.

Op een nacht, jaren later, werd ik weer zo wakker. Ik voelde iets warms in mijn hals en gillend ging ik rechtop zitten. De gordijnen wapperden en een woedende stem riep: “Ik krijg je wel, je bent van mij”. De hele verder nacht sliep ik niet meer. Het werd me te dol. Ik droomde veel te vaak en veel te eng. Soms liep ik zelfs overdag te dromen en ik dacht erover eens naar de dokter te gaan. Soms leken de dromen zo echt.
De dokter dacht dat ik een beetje overspannen was en zei dat ik een poosje met vakantie moest gaan. Een actieve vakantie waarin ik geen tijd zou hebben om te dromen.

Bladerend door vakantiegidsen viel mijn oog op Roemenie. Dat was nog niet zo toeristisch zei men en voor een beginnend skiër ideaal, want dat wilde ik gaan doen, skiën. Soms droomde ik ’s nachts nog wel maar altijd prettige dromen. Lokkende witte bergen, mooie kastelen, dineren bij kaarslicht en een mooie volle maan. Roemenie zou het dus worden. Alles werd klaargemaakt voor de reis en ik voelde me heerlijk. Geen dromen meer, ik was bevrijd.

De eerste week van de vakantie heb ik leren skiën. ’s Nachts sliep ik als een os, niemand kreeg me wakker. Een zware last was van mijn schouders gevallen.

Op de zevende dag kwam onze reisleidster op bezoek. Ze vroeg of alles goed ging en ze kwam de excursies voor die week bespreken. Ik schreef in op een tochtje naar een wijn-en kaasmakerij en voor een folkloristische avond. Toen zei ze dat ze nog iets heel bijzonders had. Een paar uur rijden met de bus lag het kasteel van wijlen graaf Dracula en dat was opengesteld voor het publiek. Als gebiologeerd kocht ik een kaartje. Ik kon niet meer denken en mijn lichaam werd helemaal koud. Toen ik buiten naar de maan stond te kijken leek het wel of ik uitgelachen werd. Ik was bang maar tegelijkertijd voelde ik dat ik deze kans niet mocht missen. Ik, die alles van Dracula wist, moest toch zijn kasteel gezien hebben.

Toen we bij de poort stonden te wachten op onze gids realiseerde ik me ineens dat ik mijn zakje met knoflook en mijn kruisje in de bus had laten liggen en die was al terug weggereden. Alle bijgeloof van de wereld kroop op dat moment in mijn hart. Ik vroeg de gids of ze op me wilde letten omdat ik me niet goed voelde. We gingen de hal van het prachtig verlichte kasteel binnen. Een onbeschrijflijk gevoel ommantelde me. Hier zou ik willen wonen. Zoiets moois had ik nog nooit gezien. We gingen een trap op naar de eerste verdieping waar we in de wapenkamer mochten kijken. Aan het eind van de gang zag ik licht onder de deur vandaan komen. Als gehypnotiseerd liep ik er heen. De deur stond op een kiertje, de tafel was gedekt met de heerlijkste spijzen en er stonden mooie kandelaren met kaarsen. Nu snapte ik plotseling mijn mooie dromen. Witte bergen, kastelen en kaarslicht. Het was allemaal het werk van Dracula. Hij liet me dit dromen om me naar zijn kasteel te lokken omdat zijn eerste poging mijn bloed te drinken mislukt was.
“Kom gerust verder”, zei iemand. Daar, aan het hoofd van de tafel zat de mooiste man die ik ooit gezien had.

Ik kon niets meer zeggen en stond als verlamd te kijken. Hij gebaarde naar een stoel en ik ging zitten. Zin om te eten of te drinken had ik niet. Ik wilde weten waarom hij juist mij had gekozen. Als antwoord kreeg ik een glimlach. Hij zei dat je zoiets niet uit kon leggen, dat was gewoon zo. Misschien klopte dat ook wel maar alles wat op dit momentlogisch was, was voor mij onlogisch. Ik wilde terug naar buiten, naar huis. Hij zei echter dat ik pas weer weg kon gaan als ik het hele kasteel had gezien. Als ik dan nog steeds weg wilde dan zou hij me laten gaan. Hij nam mijn nog steeds trillende hand in de zijne en we liepen door het kasteel. Toen we op een balkonnetje stonden onder het licht van de volle maan wilde hij me in mijn hals kussen. Mijn hart bonsde in mijn keel en langzaam werd alles donker.

“Juffrouw, wakker worden, wakker worden” hoorde ik. Ik deed mijn ogen open en er stond een man naast m’n bed die mijn hand vasthield. Hij zei dat hij dokter was en dat ze me in de tuin van kasteel Dracula hadden gevonden. Mijn hals zat vol prikken van een bramenstruik waar ik bovenop was gevallen. Hij gaf me een standje. Ik had bij de gids moeten blijven, toch zeker nadat ik verteld had dat ik me niet goed voelde. Toen liet hij me alleen. Ik voelde aan mijn hals en begon te huilen. Zou hij dan echt…?
Toen men me mijn eten had gebracht werd mijn vermoeden nog sterker. Er zat een heerlijk knoflooksausje over het vlees, daar waas ik eerder dol op. Nu moest ik kokhalzen bij de geur alleen al en ik werd helemaal onwel. Ik was erg bang. Aan wie kon ik dit vertellen? Wie zou dit geloven? De verdere vakantie heb ik in bed doorgebracht.

Weer terug thuis voelde ik me iets beter op mijn gemak maar toch, ik was de oude niet meer, het leek wel of mijn lichaam niet meer van mij was.

Nadat ik dit allemaal verteld heb is het natuurlijk wel duidelijk wat er gebeurd is. Dracula heeft mijn bloed gedronken en tevens daarmee de gave, iemands bloed te kunnen drinken, aan mij doorgegeven. Het gebeurt regelmatig dat ik ’s morgens vuil en onder het bloed wakker word. Dan weet ik dat ik ’s nachts weg ben geweest. Wie mijn slachtoffers zijn dat weet ik niet. Het kan me eigenlijk niet zoveel schelen, ik heb het bloed nodig om te leven. Eén gedachte troost mij altijd, ik kan de gave niet overdragen, dat kan alleen mijn meester.

Er schijnt ergens op de wereld een professor te zijn die door Dracula gebeten meisjes kan helpen. Ik weet zijn naam niet en ook niet waar hij woont.
Lieve professor, als u dit leest, kom mij dan helpen alstublieft want ik val flauw als ik bloed zie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

10 + = 15